Wie deelt
Het poephoofd deelt
De verliezer van de vorige ronde, het poephoofd, schudt en deelt. Bij het allereerste potje bepalen jullie samen wie deelt.
Elke speler krijgt 3 blinde kaarten en 8 dichte kaarten die hij of zij wel mag bekijken. Het poephoofd deelt in vaste rondes, steeds iedereen om de beurt:
3 blinde kaarten
Iedereen krijgt eerst 3 kaarten dicht op tafel. Niet bekijken.
3 kaarten
Dan krijgt iedereen zijn eerste 3 kaarten.
2 kaarten
Vervolgens krijgt iedereen er 2 bij.
De laatste 3 kaarten
Tot slot krijgt iedereen de laatste 3 kaarten.
Handen thuis
Het is onbeleefd om je kaarten te verplaatsen terwijl het poephoofd nog aan het delen is. Wacht netjes tot iedereen alles heeft.
Hoeveel kaartspellen
Eén kaartspel per vier spelers
Met vier spelers is één kaartspel van 52 kaarten genoeg. Spelen jullie met meer, voeg dan een extra kaartspel toe.
| Spelers | Kaartspellen | Gedeeld | Pakstapel |
|---|---|---|---|
| 2 | 1 | 22 | 30 |
| 3 | 1 | 33 | 19 |
| 4 | 1 | 44 | 8 |
| 5 | 2 | 55 | 49 |
| 6 | 2 | 66 | 38 |
Elke speler krijgt 11 kaarten. Jokers doen niet mee.
Schudden
Zo schud je goed
Stapelen, de voorkeursmethode
Het poephoofd legt de kaarten één voor één op een aantal stapels. Hoeveel stapels bepaalt het poephoofd, maar tussen de 5 en 7 is gebruikelijk. Dus eigenlijk gewoon 6.
Je mag de stapels rondje voor rondje vullen of in willekeurige volgorde. Belanden er af en toe 2 of 3 kaarten tegelijk op dezelfde stapel, dan is dat ook prima.
Zijn alle kaarten verdeeld, dan heeft het poephoofd twee opties:
- Een deel verdelen. Pak een paar stapels op, bijvoorbeeld 2 of 3 van de 6, en verdeel die over de overige stapels.
- Alles opnieuw. Pak alle stapels op en verdeel ze opnieuw over nieuwe stapels.
Hoe vaak en welke optie, bepaalt het poephoofd op gevoel.
Overige methoden
Liever niet stapelen? Dit kan ook.
- Riffelen. Splits het spel in twee helften en laat de kaarten met je duimen in elkaar ritsen. Zeven keer riffelen geeft een goed gemengd spel.
- Overhands schudden. Makkelijker, maar je moet het een stuk vaker doen voor hetzelfde resultaat.
- Met twee kaartspellen. Schud eerst elk spel apart, leg ze op elkaar en schud dan het geheel nog een paar keer.
Uitdelen
Drie blind, drie open, vijf in je hand
3 blinde kaarten
Dicht voor je op tafel. Je weet pas wat het zijn als je ze speelt.
3 open kaarten
Kies 3 van je 8 kaarten en leg ze open op je blinde kaarten. Liggen ze eenmaal, dan mag je niet meer ruilen.
5 handkaarten
De andere 5 houd je voor jezelf. Hiermee begin je te spelen.
De kaarten die na het delen over zijn, leg je dicht in het midden. Dat is de pakstapel.
Wie begint
De eerste 3 links van de deler
Te beginnen bij de speler links van de deler kijkt iedereen om de beurt of hij een 3 heeft. De eerste die er een heeft, mag beginnen.